Matrix-kleurentherapie

Jaar 2

Kennis van het Meridiaansysteem 

Leerdoel algemeen

De student kan vanuit de anatomie de meridianen en de wondermeridianen benoemen, de ligging aangeven en de functie ervan benoemen. De student kan vanuit klachten via de meridianen en de daarbij behorende kleuren een behandeling uitvoeren. De student weet hoe een litteken behandeling geven kan worden. De student kan de wondermeridianen met kleuren en homeopathische middelen behandelen.

 Theorie

  • Anatomie van de twaalf meridianen en hun inwendig Traject;
  • De kleurencirkel en het gebruik van de kleuren;
  • De vijf-elementenleer, de Sheng-cyclus en de Ko-cyclus;
  • De middag/middernacht-regel;
  • Kennis van de klassieke punten;
  • De Tendo-Musculaire meridianen;
  • De aparte meridianen;
  • De longitudinale Luo-meridianen;
  • De Luo-punten en Tsri-punten;
  • De Transversale meridianen;
  • De Ren Mai en de Du Mai;
  • De student herkent meridiaan blokkades
  • De student kan de kennis van de meridianen verbinden met de kennis van de verschillende tractussen
  • De student kan een litteken behandelen

Praktijk

  • De student kan de anatomie (verloop) van de meridianen tekenen.
  • De student kan de vijf elementenleer toepassen in de praktijk.
  • De student kan de verschillende kleuren van de verschillende meridianen toepassen in de praktijk.
  • De student is in staat de juiste keuze te maken tussen de verschillende meridianen tijdens een behandeling.
  • De student kan de juiste acupunctuurpunten van de meridianen koppelen aan de klacht en inzetten voor een behandeling.
  • De student herkent meridiaan blokkades en kan deze opheffen.

Kennis van de kleurenleer

Algemeen leerdoel:

De student krijgt vanuit de kleurenleer inzicht in de kleuren en de effecten hiervan op de huid. De student is in staat om uitleg over de kleurenleer te geven. De student weet welke kleur te gebruiken op de reflexzones van hoofd, voeten en rug.

Theorie

  • De student leert de werking van de kleuren in verschillende potenties op het fysieke en emotionele lichaam
  • De student leert de kleuren van de meridianen

Praktijk

  • De student kan de kleuren van de betreffende meridianen en in welke potentie inzetten bij een behandeling

Het behandelen van patiënten

  • Veel praktijk tijdens de lessen door het behandelen van patiënten

Stage

  • Om inzicht te krijgen in de vele mogelijkheden van het behandelen zijn er stage dagen. Dit betreft 6 dagen per jaar. (40) uur. Er bestaat de mogelijkheid dit te verdelen in uren of dagdelen op verschillende dagen door het jaar.
  • Het meewerken op beurzen wordt meegerekend bij de stage.

Kennis van de gewrichten

Algemeen leerdoel:

De student kan vanuit de anatomie gewrichten benoemen, de ligging aangeven en de functie van de gewrichten benoemen. De student kan vanuit klachten aan de gewrichten een behandeling uitvoeren.

Theorie

  • De student kan de kennis van de spieren en gewrichten koppelen aan een behandeling.
  • De student kan de kennis van de meridianen koppelen aan een klacht.
  • De student kan de kennis van de gewrichten koppelen aan een spierklacht en een meridiaan.
  • De student kent de werking van de gewrichtsmeridianen en de kleuren.

Praktijk

  • De student leert het passief bewegingsonderzoek toe te passen op mede studenten en cliënten.
  • De student leert het actief bewegingsonderzoek toe te passen op alle gewrichten, wervelkolom, schouders, ellebogen en polsen, heupen, knieën en voeten.

Rugreflexzones

Leerdoel algemeen:

De student leert de fysieke zones, de functionele zones, de emotionele zones en de ik-zones. De student kan de reflexzones tasten en interpreteren.

Theorie

De student leert alle grote en kleine reflexgebieden

  • Reflexzones behorende bij het meridiaan systeem
  • Reflexzones behorende bij het meridiaan systeem.
  • Reflexzones behorende bij het emotionele- en ik niveau.
  • Reflexzones van het fysieke niveau.
  • De student heeft inzicht in de Yu en mo punten

Praktijk

  • De student kan alle grote en kleine reflexgebieden en de Yu en Mo punten vinden en behandelen.
  • De student kan door het tasten van de reflexgebieden van de meridianen deze interpreteren en een behandeling geven.

Homeopathie

Algemeen leerdoel:

De student kan verbanden leggen tussen de klassieke homeopathie en de kleurenhomeopathie. De student heeft inzicht in de homeopathie volgens de methode Hahnemann en kan de verschillende niveaus uitleggen. De student kan gebruik maken van het weten van de werking van de homeopathische middelen op de meridianen en de wondermeridianen.

Theorie

  • De student leert de grondbeginselen van de klassieke homeopathie.
  • De student krijgt theorie en uitleg van een trituatie.
  • De student kan de indeling van de verschillende potenties van klassieke homeopathie benoemen.
  • De student leert wat de verschillende niveaus zijn van de kleuren homeopathie en kan deze benoemen.
  • De student heeft kennis van de kleurenhomeopathie en kan deze koppelen aan de meridianen.

Praktijk

  • De student past de homeopathie van Hannemann toe.
  • De student leer een trituatie (verwrijving) van een kleur te doen.
  • De student leert de kleuren-homeopathie toe te passen in de praktijk.
  • De student kan door het tasten van de huid met gebruikmaking van behandelmiddelen zoals de zijden kleuren of homeopathische middelen voelen of het middel correct of incorrect is en er conclusies aan verbinden.

Module Diëtetiek/ Voedselovergevoeligheidstesten

Algemeen leerdoel

De student is in staat om een gedegen uitleg te geven over voeding. Aan de hand van de geleerde techniek van tasten en het testen van voedingsproducten kan er een gericht voedingsadvies gegeven worden en is de student in staat om en gezond voedingspatroon samen te stellen.

Theorie

  • De student heeft kennis van allergene groepen, is in staat deze te benoemen en kan hierover mondeling en schriftelijk uitleg geven
  • Een verdieping van de lesstof van het eerste jaar

Praktijk

  • De student kan de in het eerste jaar aangeleerde tasttechniek verfijnen door rekening te houden met de geleerde specifieke intoleranties en overgevoeligheden.

Stress management

Algemeen leerdoel

De student kan vanuit het theoretische kader oorzaak en gevolgen van stress benoemen. De student kan vanuit stress klachten een behandeling uitvoeren.

Theorie

  • De student heeft kennis van de meridianen en weet door het evenwicht in de meridianen te bereiken, ontspanning te verkrijgen

Praktijk

  • De student leert de verschillende meridianen uit te balanceren.

Kennis van de spieren

Leerdoel algemeen

De student kan een behandeling uitvoeren bij klachten van de spieren.

Theorie

  • De student heeft inzicht en kennis van de tendomusculaire meridianen en kan deze benoemen en uitleggen

Praktijk

  • De student kan aan de hand van de tendomusculaire meridianen een behandeling van de spieren verrichten.

Therapeutische Vorming/ Methodisch handelen

Algemeen leerdoel:

De student kan een anamnese afnemen. De student kan door de inzet van gesprekstechnieken een gericht, afgebakend gesprek met de cliënt aangaan. De student is daarbij zelfbewust, integer en neemt zijn eigen houding in acht.

De student kan van de afgenomen anamnese een verslag opstellen.

Theorie

  • De student leert hoe te communiceren met de cliënt
  • De student leert een tractus anamnese toe te passen als verdieping van de vragen bij diverse klachten
  • De student leert een behandelplan op te stellen

Praktijk

  • De student past de verdieping in de gesprektechnieken toe tijdens de anamnese.
  • Naast het verslag van de anamnese stelt de student een gericht behandelplan op.

Therapeutische praktijk en behandelingen

Theorie

  • De student leert het probleem/klacht te analyseren
  • De student leert een koppeling te maken tussen de anamnese en de meridianen
  • De student heeft inzicht in het merdiaansysteem en kan advies geven.
  • De student kan een behandelplan maken.

Praktijk

  • De student kan een anamnese afnemen met een client en oefent in de klas
  • De student analyseert de klacht en maakt een koppeling naar het meridiaansysteem en de verschillende massage methoden.

Bindweefselmassage      

Leerdoel

Een behandelplan opstellen en behandelbare en haalbare doelen stellen.

Theorie

  • De student kan de geleerde theorie vanuit het eerste leerjaar uitleggen en verwoorden.
  • De student maakt kennis met de meridianen en kan hiermee rekening houden binnen de bindweefselmassage

Praktijk

  • De student kan de in het eerste leerjaar aangeleerde bindweefselmassage inzetten binnen de betreffende casussen op school als in de praktijk.
  • De student kent de loop en ligging van de meridianen.

Kennis van de Antroposofie en de antroposofische massage

Theorie

De student heeft inzicht in de wezensdelen en kan deze schriftelijk en mondeling uitleggen. De student leert de verschillende homeopathische potenties voor de juiste wezensdelen te gebruiken. Ook leert hij de verschillende reflexgebieden te onderscheiden: de fysieke-, de etherische-, de emotionele- en de ik-zones. De student krijgt een gedegen kennis van het etherlichaam.

Praktijk

De student weet de drie-en viergeleding toe te passen in de praktijk.

Het tweede jaar wordt afgesloten met een praktijk- en theorie-examen

ECTS berekening van de opleiding